Over de slotcompositie Blicke

Leonard Evers over ‘Blicke’: kijken is macht

Rilke steekt sinds mijn 18de  zo nu en dan zijn kop op. Zijn roman ‘Die Aufzeignungen des Malte Laurids Brigge’  heeft diepe en voortdurende indruk op mij gemaakt door het nuchtere, robuuste gebruik van de Duitse taal om de meest poëtische gedachten weer te geven.
Toen het bestuur van het LAF’13 mij benaderde om een stuk voor het festival te schrijven, liep ik tegen een gedicht uit de ‘Neue Gedichte’ aan. Het beschrijft een meisje aan de thee. Niks aan de hand. Gerinkel van kopjes en zacht, beschaafd geklets. Toch is er iets vreemds aan het meisje. Ze beweegt niet als de anderen. Als ze lacht, lijkt het of dit pijn doet. Ze blijkt blind te zijn. Rilke beschrijft haar zeer fragiel, als een engel. Het meisje staat op gegeven moment op, en lijkt weg te zweven.
Toch zat mij iets niet lekker aan dit gedicht. Hoe moet het zijn om als blind meisje de blik van anderen (voornamelijk mannen) op je gevestigd te voelen en niet in staat te zijn deze blik te beantwoorden. Ze kan niet terugflirten of brutaal terugkijken.
Na een gesprek hierover met dichter Wouter Ydema heb ik hem gevraagd een antwoord op het gedicht van Rilke te schrijven. Dit is een gedicht geworden dat dezelfde ontwikkeling volgt als het gedicht van Rilke, maar vanuit het perspectief van het meisje geschreven.
Los van deze twee gedichten heb ik fragmenten genomen uit drie ‘Dinggedichten’ van Rilke, die mij als een drieluik voorkomen. Dit zijn de gedichten Der Panther, Die Gazelle en Das Einhorn. De panter ijsbeert achter de tralies van zijn kooi en slaat af en toe zijn lange wimpers op. Een beeld lijkt naar binnen te gaan, maar houdt in zijn hart op te bestaan. Vervolgens komen wij een gazelle tegen die zichzelf weerspiegeld ziet in een bosmeertje. Als laatste aanschouwt Sint Antonius de magische eenhoorn. Hij lijkt met zijn blik beelden de wereld in te werpen in een blauwe stralenkrans.
Deze drie gedichten laten een ontwikkeling zien van passief kijken, zichzelf bevestigd zien in een blik, naar met een blik de wereld veranderen. Deze magische vorm van kijken is de meest machtige manier van kijken.
Kijken is macht. Een blik kan de wereld scheppen en herscheppen. Het object van de blik maakt dat er een hiërarchische relatie ontstaat tussen de kijker en degene die bekeken wordt. Het stuk gaat over deze verschillende blikken en wat zij met de wereld doen. Vandaar de Duitse titel: ‘Blicke’.
Leonard Evers

Libretto ‘Blicke’

Sie saß so wie die anderen beim Tee.
Mir war zuerst, als ob sie ihre Tasse
ein wenig anders als die anderen fasse.
Sie lächelte einmal. Es tat fast weh.

 Ik weet mij opgesloten in mijn lijf
Waar niets weerspiegelt in mijn naakte ogen.
Men ziet mij aan, maar ik blijf onbewogen,
Ik roer mijn thee met handen star en stijf.

Mijn lepel volgt de porseleinen bogen,
Met het getik ik elke blik verdrijf
i>Die doordringt tot de cel waar ik verblijf,
Die mij aanschouwt met minzaam mededogen.

Im Jardin des Plantes, Paris

Nur manchmal schiebt der Vorhang der Pupille
Sich lautlos auf. -Dann geht ein Bild hinein,
Geht durch der Glieder angespannte Stille –
Und hört imHerzen auf zu sein.

Wie wenn beim Baden
im Wald die Badende sich unterbricht:
den Waldsee im gewendeten Gesicht.

Doch seine Blicke, die kein Ding begrenzte,
warfen sich Bilder in den Raum
und schlossen einen blauen Sagenkreis.

Ik richt mijn zicht naar binnen en verbreid
Mijn horizon tot ver voorbij de grote
Kamer, kleine thee en korte tijd.

Ik weet mij in mijn lichaam opgesloten;
Maar in mijn geest zie ik mijn ziel bevrijd:
Een beeld verschijnt en ik word weggeschoten.

Sie folgte langsam, und sie brauchte lang,
als wäre etwas noch nicht überstiegen;
und doch: als ob nach einem Übergang,
sie nicht mehr gehen würde, sondern fliegen.